Een cv-ketel instellen op 60 graden heeft een concreet nadeel: je verbruikt meer energie dan nodig is, en daarmee betaal je een hogere energierekening. Toch is 60 graden in sommige situaties juist de aanbevolen instelling. Hieronder lees je precies wanneer die hogere temperatuur een probleem is, en wanneer je er eigenlijk niet omheen kunt.
Hoger energieverbruik bij 60 graden
Een cv-ketel werkt het zuinigst bij een lage aanvoertemperatuur. Moderne HR-ketels zijn ontworpen als condenserende ketel: ze halen extra energie uit de rookgassen door die te laten condenseren. Dat condenseren werkt alleen goed als het retourwater koud genoeg terugkomt, meestal onder de 57 graden. Stel je de ketel in op 60 graden, dan draait het systeem structureel op een temperatuur waarbij condensatie nauwelijks of niet meer optreedt. Het rendement van de ketel zakt daardoor merkbaar omlaag.
In de praktijk kan dit betekenen dat je 10 tot 15 procent meer gas verbruikt dan bij een lagere stooktemperatuur. Dat is geen verwaarloosbaar verschil, zeker niet bij een gemiddeld huishouden dat een heel stookseizoen stookt.
Warmwaterboiler versus verwarming: twee aparte instellingen
Bij combiketels kun je vaak twee temperaturen afzonderlijk instellen: één voor de verwarming (cv-circuit) en één voor het tapwater. Het is belangrijk dit onderscheid te begrijpen, want de nadelen van 60 graden gelden anders per situatie.
Voor de verwarming geldt: hoe lager de aanvoertemperatuur, hoe beter het rendement. Bij vloerverwarming of grote radiatoren kun je soms toe met 35 tot 45 graden. Kleine oude radiatoren vragen soms meer, maar 60 graden is voor de meeste moderne verwarmingssystemen aan de hoge kant.
Voor tapwater ligt het anders. Hier geldt juist dat 60 graden de aanbevolen minimumtemperatuur is om de groei van legionellabacteriën te voorkomen. Stel je het tapwater lager in, dan neemt het risico op legionella toe, wat een serieus gezondheidsrisico kan zijn.
CV-ketel op 60 graden nadelen op een rij
- Lager rendement van de HR-ketel: condensatie treedt nauwelijks op, waardoor je de zuinigheidsvoordelen van een HR-ketel grotendeels misloopt.
- Hogere energierekening: meer gasverbruik door het lagere rendement, het hele stookseizoen lang.
- Snellere slijtage: een ketel die constant op hogere temperatuur draait, heeft het thermisch zwaarder, wat op termijn de levensduur kan beïnvloeden.
- Warmteverlies in leidingen: hogere watertemperatuur betekent meer warmteverlies via de leidingen naar ruimtes waar je niet wilt verwarmen, zoals een kruipruimte of onverwarmde berging.
Wanneer kun je dus beter lager instellen?
Voor de verwarmingskant van je cv-ketel is een lagere instelling vrijwel altijd beter. Afhankelijk van je radiatoren en isolatie kun je de aanvoertemperatuur instellen op 50 tot 55 graden, of zelfs lager bij een goed geïsoleerd huis met grote radiatoren of vloerverwarming. Je ketel schakelt dan vaker in condensatiemodus en verbruikt minder gas voor hetzelfde comfort.
Heb je een boiler of een warmwatersysteem met een voorraadvat? Houd het tapwater dan op 60 graden of hoger, specifiek om legionellagroei te voorkomen. Dit geldt met name in systemen waar water langere tijd stilstaat.
Kortom: 60 graden als instelling voor de verwarming kost je onnodig geld en rendement, terwijl het voor tapwater in sommige gevallen juist de veilige ondergrens is. Controleer welke instelling bij jou voor welk doel geldt, en pas ze afzonderlijk aan als je ketel dat toelaat.
