De temperatuur van het warme water in je cv-ketel stel je het beste in op 60 graden Celsius. Dit geldt voor het tapwater, dus het water dat uit je kranen en douche komt. Lager dan 60 graden is niet verstandig, en hoger dan nodig is onnodig kostbaar. Hieronder lees je waarom die grens zo belangrijk is en hoe je de instelling afstemt op jouw situatie.
Waarom de temperatuur warm water cv-ketel minimaal 60 graden moet zijn
60 graden is de veiligheidsgrens voor tapwater. Onder deze temperatuur kan de Legionellabacterie zich vermenigvuldigen in het leidingwater. Legionella veroorzaakt de veteranenziekte, een vorm van longontsteking die ernstig kan verlopen. De bacterie overleeft niet boven de 60 graden, waardoor dit temperatuurniveau de groei effectief stopt.
Dit risico geldt vooral bij boilers en warmwatertanks, waar water langere tijd stilstaat op een lagere temperatuur. Bij een doorstroomtoestel (combi-ketel zonder opgeslagen water) is het risico kleiner, maar ook daar geldt de vuistregel van 60 graden als ondergrens voor het tapwater.
Is hoger dan 60 graden beter?
Hogere temperaturen doden bacteriën sneller en effectiever, maar boven de 60 graden stijgen ook de kosten. Je cv-ketel gebruikt meer gas om het water op een hogere temperatuur te houden of te verwarmen. Bovendien neemt de kans op kalkafzetting toe naarmate de temperatuur hoger is, wat de levensduur van je ketel en leidingen verkort.
Instellen op 65 graden kan soms wenselijk zijn bij een grote boiler of een woning met een lang leidingstelsel. In die gevallen duurt het langer voordat warm water de kraan bereikt en koelt het water meer af onderweg. Maar 60 graden is in de meeste woningen ruim voldoende.
Verschil tussen de tapwatertemperatuur en de verwarmingstemperatuur
Op je cv-ketel zijn vaak twee aparte instelknoppen of instellingen: één voor het tapwater (warm water voor douche en kranen) en één voor de verwarming (het water dat door de radiatoren stroomt). Deze twee staan los van elkaar en mogen ook op andere waarden staan.
Voor de verwarming geldt de 60-gradenregel niet. Veel moderne ketels werken juist efficiënter met een lagere aanvoertemperatuur voor de verwarming, zeker in combinatie met een goed geïsoleerde woning of lage-temperatuurradiatoren. Maar voor het tapwater blijft 60 graden de harde ondergrens.
Hoe stel je de tapwatertemperatuur in?
De manier van instellen verschilt per merk en type ketel, maar in de meeste gevallen werkt het als volgt:
- Zoek op het display of het bedieningspaneel van je ketel naar de tapwaterinstelling. Dit staat vaak aangeduid met een kraantje of de letters “DHW” (Domestic Hot Water).
- Pas de temperatuur aan met de plus- en minknop tot je 60 graden ziet staan.
- Bevestig de instelling als dat nodig is (sommige ketels sla je op met een OK-knop).
- Test daarna de warmwaterkraan: na even spoelen moet het water goed warm aanvoelen.
Twijfel je over de bediening van jouw ketel? Raadpleeg dan de handleiding van het specifieke model. De meeste handleidingen zijn ook als pdf te vinden op de website van de fabrikant.
Wanneer is een afwijkende instelling verstandig?
Ga nooit onder de 60 graden zitten voor tapwater, ook niet als je wilt besparen op je gasrekening. De gezondheidsrisico’s wegen niet op tegen de kleine besparing. Een hogere instelling dan 65 graden is voor de meeste huishoudens niet nodig en verhoogt de kosten en kalkvorming zonder merkbaar voordeel.
Heb je een oudere boiler met een grote warmwatervoorraad en vermoedelijk slechte isolatie van de tank of leidingen? Dan kan een loodgieter of installateur inschatten of een iets hogere instelling verstandig is. In nieuwere combi-ketels is dit zelden nodig.
Kortom: zet de temperatuur van het warme water in je cv-ketel op 60 graden en laat die instelling staan. Je zit daarmee in de veilige zone voor legionellapreventie, zonder onnodige energiekosten of extra kalkvorming.
