In een gemiddelde cv-ketel hoort de waterdruk tussen de 1,5 en 2 bar te staan. Dat is de standaardrichtlijn voor de meeste verwarmingsinstallaties in Nederlandse woningen. Staat de druk lager, dan werkt de verwarming minder goed of valt de ketel uit. Staat hij hoger, dan is bijvullen juist niet nodig en kan de oorzaak ergens anders liggen.
De waterdruk op de manometer van je ketel vertelt je dus direct hoeveel water er in het systeem zit. Een naald die wijst naar 1,5 tot 2 bar betekent dat het goed zit. Wijst de naald naar 1 bar of lager, dan is bijvullen nodig.
Wat zegt de manometer over de hoeveelheid water in je cv-ketel?
De manometer is het ronde drukmeetapparaatje op of bij je cv-ketel. Bij de meeste ketels zit er een groen gebied op de schaal: dat is het gewenste bereik. Zit de naald in het groen, dan is er voldoende water in het systeem. Zit de naald onder het groen gebied, vaak onder de 1 of 1,5 bar, dan is het systeem tekortgekomen aan water.
Sommige moderne ketels hebben geen analoge manometer maar een digitale display. Daarop zie je direct de waterdruk als getal. Staat er 1,4 of lager, dan is bijvullen aan te raden. Staat er 2,5 of hoger, dan is er juist te veel water en kun je eventueel een beetje aftappen via het ontluchtingsventiel.
Hoeveel water moet je bijvullen?
Er is geen vaste hoeveelheid in liters die je bijvult. Je vult bij totdat de druk op de manometer weer tussen de 1,5 en 2 bar staat. Bij een kleine woning met een compact systeem kan dat al na een halve liter het geval zijn. In een groter huis met veel radiatoren kan het soms 2 tot 3 liter zijn. Je vult langzaam bij via de vuldraaikraan en stopt zodra de naald het groene gebied bereikt.
Vul nooit te snel bij. Door te snel de kraan open te draaien, komt er lucht mee in het systeem. Dat veroorzaakt kloppende radiatoren en koude plekken. Draai de kraan een kwart slag open en wacht terwijl je de druk in de gaten houdt.
Wat is de juiste waterdruk per situatie?
| Situatie | Aanbevolen waterdruk |
|---|---|
| Ketel in rust (koud systeem) | 1,5 bar |
| Ketel in gebruik (warm systeem) | 1,8 tot 2,2 bar |
| Minimaal acceptabel | 1 bar |
| Maximaal veilig | 3 bar (daarboven slaat de overdrukventiel open) |
Let op: als de ketel warm is, stijgt de druk altijd iets. Een ketel die in rust op 1,5 bar staat, kan tijdens gebruik oplopen naar 2 of 2,2 bar. Dat is normaal en geen reden om water af te tappen.
Hoe vaak moet je water bijvullen?
Een goed functionerende cv-installatie heeft eigenlijk nooit bijvullen nodig. Water verdwijnt niet uit een gesloten systeem. Als je regelmatig moet bijvullen, dan is er ergens een lek of verliest het systeem water via het overloopventiel. Laat dat dan nakijken door een installateur.
Eén keer per jaar bijvullen, bijvoorbeeld aan het begin van het stookseizoen, kan normaal zijn na ontluchten van de radiatoren. Daarbij ontsnap je een beetje water via de ontluchtingsventiel, wat de druk laat dalen. Bijvullen na ontluchten is dan logisch en verwacht.
Cv-ketel bijvullen: stap voor stap
- Controleer de manometer. Staat de druk onder de 1,5 bar, ga dan verder.
- Zoek de vulslang of vuldraaikraan onder of naast de ketel. Deze verbindt de waterleiding met het verwarmingssysteem.
- Draai de kraan voorzichtig een kwart slag open.
- Houd de manometer in de gaten terwijl het water instroomt.
- Sluit de kraan zodra de druk tussen de 1,5 en 2 bar staat.
- Controleer daarna of alle aansluitingen droog zijn.
Zit er geen vulslang meer bij de ketel of weet je niet zeker welke kraan je moet gebruiken, vraag dan een installateur. Verkeerd bijvullen kan lucht in het systeem brengen of in zeldzame gevallen schade aan de ketel veroorzaken.
De waterdruk in je cv-ketel controleer je het makkelijkst aan het begin van het stookseizoen. Zit de naald tussen de 1,5 en 2 bar, dan zit je goed en hoef je niets te doen. Moet je elk jaar meerdere keren bijvullen, laat het systeem dan nakijken. Dat is een teken dat er ergens water verloren gaat.
