Vloerverwarming instellen doe je door de aanvoerwatertemperatuur in te stellen tussen de 30°C en 40°C en de verdeler per ruimte zorgvuldig in te regelen. Doe je dit goed, dan verwarmt je vloer efficiënt en comfortabel, zonder verspilling van energie.

Vloerverwarming werkt anders dan een radiator. De watertemperatuur ligt veel lager, en de vloer heeft tijd nodig om op te warmen en af te koelen. Dat vraagt om een andere aanpak bij het instellen dan je misschien gewend bent.

De juiste aanvoerwatertemperatuur instellen

De aanvoertemperatuur van het water is de eerste instelling die je goed moet hebben. Voor vloerverwarming ligt die ideaal tussen de 30°C en 40°C. Stel je het te hoog in, dan wordt de vloer te heet en dat is niet alleen oncomfortabel, maar ook slecht voor sommige vloertypen zoals hout of bepaalde laminaten. Stel je het te laag in, dan haalt de vloer de gewenste ruimtetemperatuur niet.

In de praktijk begin je vaak op 35°C en kijk je over een dag of twee of de ruimtetemperatuur klopt. Is het te koud, dan verhoog je de aanvoertemperatuur een paar graden. Is het te warm, dan verlaag je hem. Dit heet het inregelen of balanceren van de installatie.

De verdeler vloerverwarming inregelen

De verdeler is het hart van je vloerverwarmingssysteem. Hier komen alle leidingen samen en kun je per groep (of per ruimte) de doorstroming regelen. Elke ruimte heeft zijn eigen lus in de vloer, en via de verdeler stel je in hoeveel warm water er naartoe stroomt.

Inregelen doe je door de debietmeters op de verdeler af te lezen en per groep bij te stellen. Een kleinere ruimte, zoals een toilet, heeft minder doorstroming nodig dan een woonkamer. De debietmeter geeft de doorstroming aan in liter per minuut of een schaalverdeling. Draai je een groep verder open, dan stroomt er meer warm water doorheen en wordt de vloer warmer. Draai je hem dicht, dan minder.

Een goede vuistregel: begin met alle groepen op gelijke stand en pas daarna per ruimte aan op basis van de werkelijke temperatuur in die ruimte. Dit voorkomt dat één ruimte overheerst ten koste van een andere.

De thermostaat instellen voor vloerverwarming

Een gewone thermostaat is niet altijd geschikt voor vloerverwarming. Vloerverwarming reageert traag: het duurt soms twee tot vier uur voordat een ruimte op temperatuur is na een verhoging. Dat vraagt om een slimme of programmeerbare thermostaat die hier rekening mee houdt, bijvoorbeeld door al eerder te beginnen met opwarmen.

Stel de thermostaat in op de gewenste ruimtetemperatuur, doorgaans tussen de 19°C en 21°C voor woonruimtes. Kies geen hogere instelling in de hoop dat de ruimte sneller opwarmt, want dat werkt bij vloerverwarming niet zo. De vloer warmt altijd even snel op, ongeacht hoe hoog je de thermostaat zet.

Nachtverlaging: hoeveel mag het zakken?

Nachtverlaging is een handige manier om energie te besparen, maar bij vloerverwarming moet je hier voorzichtig mee zijn. De aanbeveling is om de thermostaat ’s nachts maximaal 1°C tot 1,5°C lager in te stellen. Zet je hem veel lager, dan kost het de volgende ochtend zo veel energie en tijd om de vloer weer op temperatuur te krijgen dat je de besparing van de nacht teniet doet.

Dit is een belangrijk verschil met radiatoren, waarbij je de temperatuur ’s nachts gerust 4°C tot 5°C kunt verlagen. Bij vloerverwarming werkt die strategie averechts door de trage reactietijd van de vloer.

Veelgemaakte fouten bij het instellen

  • De aanvoertemperatuur te hoog instellen, waardoor de vloer te heet wordt en houten vloeren kunnen krimpen of uitzetten.
  • De thermostaat na het instellen elke dag bijdraaien. Vloerverwarming heeft stabiliteit nodig; laat het systeem een dag of twee uitkomen voor je bijstelt.
  • Alle groepen op de verdeler volledig openzetten zonder te balanceren. Ruimtes die dicht bij de verdeler liggen, krijgen dan te veel warmte; ruimtes verder weg te weinig.
  • Dikke vloerkleden of meubels op de verwarmde vloer leggen. Dit blokkeert de warmte en verstoort de warmteverdeling in de ruimte.

Wanneer schakel je een installateur in?

Het eerste inregelen van een nieuwe vloerverwarmingsinstallatie laat je het beste over aan een installateur. Die stelt de mengkraan of menggroep correct in, zodat de aanvoertemperatuur klopt, en balanceert de verdeler per groep op basis van de leidinglengtes en het vloeroppervlak. Na die eerste instelling kun je zelf de thermostaat en kleine aanpassingen aan de verdeler doen.

Heb je een bestaande installatie en kloppen de temperaturen per ruimte niet? Dan is het slim om eerst de basisinstellingen van de verdeler en de aanvoertemperatuur te controleren voordat je dure ingrepen doet. Vaak zit de oorzaak in een groep die te ver is dichtgedraaid of een aanvoertemperatuur die net te laag staat.

Een goed ingeregelde vloerverwarming vraagt in het begin wat geduld, maar als de instellingen eenmaal kloppen, werkt het systeem stil, gelijkmatig en zuinig. Neem de tijd voor het inregelen en pas kleine correcties één voor één door, zodat je altijd weet wat het effect is van elke aanpassing.

Design en lifestyleDesign en lifestyle

Make it home

De afgelopen tijd brachten we met z’n allen veel tijd door in ons eigen huis. Met behulp van onze artikelen maken we van jouw huis een echt thuis.  Heb je een vraag of ben je enthousiast geworden en wil jij graag de mogelijkheden bespreken voor een samenwerking? Stuur ons dan nu een berichtje. redactie@makeithome.nl

Laatste berichten

Hoe moet ik mijn jaloezieën schoonmaken?

Uitgelicht

Welke eettafel weerspiegelt het beste jouw persoonlijke stijl? Facebook Twitter Youtube Envelope Instagram Pinterest